Jaar 3,  Producties

Hoe ik erachter kwam dat adoptie niet zwart of wit is

Na een rapport van de commissie-Joustra heeft het kabinet besloten de interlandelijke adoptie op te schorten. Voor mij als geadopteerde was adoptie iets positiefs, iets dat kinderen kansen en een goede toekomst biedt. Is adoptie dan niet zo goed als ik altijd dacht? En hoe kijken andere geadopteerden hiernaar?

Het is mei 2002 en twee Nederlandse ouders komen aan op Schiphol. Ze lopen de aankomsthal binnen met een klein Chinees meisje in hun armen en een blond jongentje van vier jaar aan hun zijde. Ze worden onthaald door dolblije familieleden met feestelijke ballonnen. De opa’s en oma’s komen meteen op ze aflopen en omhelzen emotioneel de ouders, echter raken ze het Chinese meisje niet aan. Ze hebben van tevoren instructies gehad dat ze het kindje niet mogen vasthouden, want dat zou invloed hebben op de hechting tussen de ouders en het kindje.

Stilletjes en met grote ogen kijkt het meisje naar alle witte gezichten. De familieleden lachen en zwaaien naar haar, maar ze weet niet wat ze daarvan moet vinden. Wanneer haar ouders haar neerzetten, begint ze wankelend door de aankomsthal te lopen. Het meisje is niet langer dan 75 centimeter en het blonde jongetje houdt zijn kersverse zusje strak in de gaten. De ouders kletsen wat met de familie, maar stappen daarna gauw met hun zoon en nieuwe dochter in de auto om eindelijk naar huis te gaan.

Commissie: stop nu met adopties uit het buitenland

Op 5 februari 2021 werd het bekend gemaakt dat Nederland stopt met adopties uit het buitenland. Het kabinet heeft dit besloten omdat in het rapport van de commissie-Joustra naar voren is gekomen dat de misstanden uit het verleden nog steeds niet verholpen zijn. In het rapport staan onder andere misstanden over kinderhandel, corruptie, vervalsing en diefstal van documenten. Het gaat om adoptie van kinderen uit de landen: Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka, uit de periode van 1967 tot en met 1997.

Met mijn benen opgevouwen onder me zit ik op de bank doelloos door Instagram te scrollen wanneer ik het nieuws tegenkom. Het is een filmpje van NOS Stories dat verkondigt: ‘Commissie: stop nu met adopties uit het buitenland’. Stomverbaasd staar ik naar mijn scherm en er spelen plotseling allemaal vragen in mijn hoofd. Waarom zou je in hemelsnaam adoptie stopzetten? Ik ben hartstikke gelukkig als geadopteerde en zelfs trots op mijn Nederlandse ouders en broer. Hoewel ik ervan bewust ben dat er ook minder positieve verhalen zijn over adoptie, kan ik het besluit van het kabinet niet helemaal bevatten.  

Twee kanten van adoptie

Omdat adoptie voor mij heel goed heeft uitgepakt, vind ik het nieuws van de adoptiestop tegenstrijdig klinken. In mijn ogen geef je, doormiddel van adoptie, kinderen uit derdewereldlanden een kans om in het welvarende Nederland op te groeien. Zo ben ik in mijn jeugd nooit iets te kort gekomen, heb ik hele lieve ouders en krijg ik alle liefde die ik nodig heb. Nu studeer ik aan het HBO, woon ik op kamers in Tilburg en heb ik fijne vrienden om mij heen; dat heb ik allemaal te danken aan mijn adoptie. Waarom wordt er een stopgezet op iets dat mij zoveel goed heeft gedaan?

Volgens Aurélie Lever is het niet zo zwart-wit. Aurélie heeft in het verleden geadopteerden gecoacht en doet nu de School voor Systemisch Bewustzijn, waar (familie)- opstellingswerk een onderdeel van is.

“In principe ben ik het eens met de adoptiestop”, zegt Aurélie. “Het onderwerp adoptie krijgt nu eindelijke de ruimte, om de informatie die erbij hoort, aan het licht te brengen. Het is belangrijk dat er bewustzijn wordt gecreëerd over het feit dat het interlandelijk adoptie systeem gebaseerd is op een koloniaal reddersperspectief. De gedachte was dat een welvarend westers land een kind uit een tweede- of derdewereldland een beter leven kan geven dan het geboorteland zelf. Het heeft te maken met een machtsverhouding en het is belangrijk dat de mensen dat weten. Adoptie is niet altijd goed of fout en daarom is het essentieel dat erover gepraat wordt.”

Het CBS publiceerde 8 februari een onderzoek naar adoptie waaruit blijkt dat geadopteerden vaker last hebben van mentale problemen dan niet-geadopteerden.

Ik vraag Aurélie waar geadopteerden tegen aan lopen. Zelf ervaar ik geen problemen, al ben ik geadopteerd. Ik herken het verschijnsel niet.
“De meeste geadopteerden hebben last van een identiteitscrisis of dat ze problematiek ondervinden bij verbinding maken met zichzelf of met anderen. Dat komt omdat je als geadopteerde te maken krijgt met verlies en rouw -je wordt namelijk gescheiden van je biologische ouders- en als je dat niet verwerkt, kan je daar later last van hebben.”

De vraag blijft waarom ik nergens last van heb. Waarom de één wel en de ander niet?

“Elk persoon is natuurlijk anders, dus de een heeft er wel moeite mee dat ze geadopteerd zijn en de ander heeft dat niet. Iedereen maakt een ander proces door en dat doet hij of zij op zijn eigen tempo.”

Minder populair

Het is niet de eerste keer dat het kabinet het advies krijgt om adoptie uit het buitenland te stoppen, staat in een artikel van Trouw. Eind 2016 concludeerde ook de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) al dat adoptie naar het buitenland niet de beste manier is om kinderen te beschermen. Het kabinet heeft destijds dat advies niet overgenomen. De Tweede Kamer vond het nog niet nodig om te stoppen met interlandelijke adopties. Al jaren is de overheid er van de op de hoogte dat er veel misstanden zijn binnen adoptie, waarom geldt er dan nu opeens wel een adoptiestop? Rianne Oosterom schrijft in een recent artikel van Trouw dat belangenorganisaties daarin een grote rol spelen, zij gaven al eerder aan bij de overheid dat er veel fout gaat bij adopties, en adoptie komt nu een stuk minder vaak voor dan vroeger waardoor een stop minder drastisch is.

Uit cijfers van adoptievoorzieningen blijkt inderdaad dat interlandelijke adopties steeds minder voor komt. In 2017 werden er nog 210 kinderen geadopteerd, in 2019 waren dat er 145. Dat komt volgens Aurélie doordat veel landen steeds vaker de kinderopvang zelf willen oplossen. Ze gaan dan kijken naar de mogelijkheden om het kind in het eigen land te plaatsen. “Daar komt ook bij dat er in Nederland nu meer manieren zijn om een kinderwens in vervulling te laten gaan, adoptie is nu een van de vele keuzes”, aldus Aurélie.

Familieband

De band tussen mijn ouders, mijn broer en ik is heel erg goed. Voor mij voelt het alsof zij gewoon mijn biologische familie zijn, terwijl dat natuurlijk niet zo is.

Met mijn moeder heb ik het over een moment in mijn jeugd dat ik mij niet meer kan herinneren, maar bij haar altijd is bijgebleven. “Toen je een jaar of drie was, stonden we in de badkamer en jij was je tanden aan het poetsen”, vertelt ze. “Je stond op een rood krukje en je hoofdje met zwarte krulletjes stak net boven de wastafel uit.”

Heel even onderbreek ik haar. “Hoe groot was ik toen?”

“Ik denk dat je nog geen meter was. Terwijl je op dat krukje stond, moest ik je goed in de gaten houden zodat je niet met je kin op de rand van de wastafel zou belanden.” Mijn moeder vervolgt haar verhaal. “We stonden dicht op elkaar en na het tandenpoetsen keek je me via de spiegel heel aandachtig aan. Op je voorhoofd ontstond een klein fronsje.”

“Waarom keek ik zo naar je, denk je?” vraag ik.

Daar had ze meteen antwoord op. “We draaiden van de spiegel af en keken elkaar nu recht aan. Ik had het gevoel alsof jij je af vroeg of ik, als vrouw die totaal niet op jou lijkt, wel echt je moeder was en daarom zei ik hardop tegen je: “’Ja, ik ben jouw mama.”’ Toen verdween je frons en leek je het te accepteren dat ik jouw moeder ben, ook al wist je dat we niet van hetzelfde vlees en bloed zijn.”

Mijn moeder en ik vlak na de adoptie in China, 2002

Het onderzoek dat 8 februari werd gepubliceerd door het CBS, gaat over de leefsituatie, welzijn en zoekgedrag van geadopteerde volwassenen die geboren zijn tussen 1970 en 1998.

Ondanks dat ik twee jaar buiten de leeftijdscategorie van het onderzoek val, geeft het wel een goed beeld van hoe geadopteerde Nederlanders zich voelen. Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de volwassenen die uit het buitenland zijn geadopteerd aangeeft dat zij een gelukkige jeugd hebben gehad én een hechte band met hun adoptieouders hebben. Dit geldt ook voor mij aangezien ik een goede jeugd heb gehad een sterke band heb met mijn ouders. Er is geen moment geweest dat ik ooit het gevoel heb gehad dat mijn ouders niet mijn ouders waren.

Herkenning

Hoewel ik mijn adoptie als positief ervaar, is dat blijkbaar niet voor alle geadopteerden. Hoe zit dat precies? Ik spreek met Natalia Smit en Lian Smit, zij zijn overigens geen zussen maar hebben toevallig dezelfde achternaam.

Natalia (23) heeft mij ooit benaderd omdat ze met een studiegenoot een platform op had gezet voor geadopteerden om met elkaar in contact te komen. Natalia was vijf maanden oud toen ze uit Colombia geadopteerd werd. Ze heeft nog een zusje en een broertje die beide ook uit Colombia komen, maar apart van elkaar naar Nederland zijn gehaald. Lian Smit (22) en ik kennen elkaar omdat haar ouders bevriend zijn met mijn ouders. We hebben al lang geen contact meer gehad en het is tijd om eens bij te kletsen. Lian was vier jaar toen ze naar Nederland kwam.

Het is donderdag avond, half negen en Natalia en ik hebben een Teams meeting gestart. De verbinding is gelukkig goed. Natalia heeft een zwarte koptelefoon op en straalt een al en al vriendelijkheid uit. Omdat haar zusje en broertje uit hetzelfde land komen als zij, maar biologisch gezien geen familie van elkaar zijn, vraag ik aan Natalia hoe zij met elkaar omgaan. Over die vraag hoeft ze niet lang na te denken. “Ik heb een band met ze net zoals ieder andere broer- en zussenband.” Natalia is in Voorthuizen opgegroeid en ze vertelt dat ze zich altijd anders heeft gevoeld. “Vooral tijdens de bassischool had ik een identiteitscrisis. Ik was niet blij met mijn huidskleur, ik wilde net zoals alle andere kinderen wit zijn. Daarnaast was ik ook heel onzeker over mijn lengte, iedereen leek te groeien behalve ik.”

Daar kan ik me meteen in vinden. “Hoe lang ben je dan?”

“Een meter vijftig”, antwoordt Natalia.

“Hé, ik ook!” We kletsen kort over hoe is om klein te zijn en ik voel meteen een soort connectie. Eindelijk iemand die hetzelfde voelt als ik, iemand die weet hoe het is om klein te zijn tussen lange witte Nederlanders.

Ik wil graag weten of Natalia veel bezig is met haar adoptie.

Ze herschikt haar koptelefoon en glimlacht. “Het is niet zo dat ik dagelijks aan mijn adoptie denk. Ik zit wel in een Facebookgroep voor geadopteerden uit Colombia en ik ben momenteel bezig met een documentaire over een iemand die geadopteerd is. Dus ja, ik hou me wel bezig met adoptie, maar ik heb bijvoorbeeld niet de behoefte om mijn biologische ouders op te zoeken.”

“Wat vind je van de adoptiestop die Nederland nu heeft?” vraag ik. Natalia gaf eerder aan dat ze zich er niet heel veel in verdiept heeft, maar ze kan er wel wat over vertellen.

“Mij doet de adoptiestop niet zo heel veel, maar mijn moeder wel. Ze was heel bezorgd dat ik misschien zou denken dat er ook misstanden waren bij mijn adoptie. Natuurlijk had ik die gedachtes niet. Mijn moeder vertelde dat zij en mijn vader heel goed onderzoek hadden gedaan naar adoptie en via goede instanties mij naar Nederland hebben gehaald.”

Een paar dagen later, op maandag middag, heb ik Lian Smit aan de lijn. Zij heeft een andere adoptieachtergrond dan Natalia, ze komt uit China net zoals ik.

Lian is geboren in de streek Sichuan, wat vlakbij mijn geboorteplek Chongqing ligt. We lijken niet echt op elkaar. Lian heeft hoge jukbeenderen en stijl, dik zwart haar.

Lian: “Omdat ik vier jaar was, sprak ik vloeiend Chinees. Dat deed ik ook tegen mijn ouders, die er natuurlijk helemaal niks van verstonden. Al snel leerde ik Nederlands en verleerde ik helaas de Chinese taal.”

Van de tijd voor haar adoptie herinnert ze zich niets. “Ik heb een half jaar in een te huis gezeten en daarna ben ik drie en een half jaar door iemand anders verzorgd, maar daar kan ik me niks meer van herinneren”, legt ze uit. “Misschien als ik ooit nog terugga naar mijn geboorteplek dat er dan nog dingen boven komen drijven.”

De broer van Lian, Loek, is ook geadopteerd. “Onze band is altijd goed geweest. Ik denk niet dat onze adoptie daar veel te maken mee heeft gehad, maar konden het altijd goed met elkaar vinden.”

“En met je ouders?”

Lian stopt een pluk haar achter haar oor. “Ik heb mijn ouders altijd als echte ouders gezien. Ik sta er eigenlijk nooit bij stil dat ik niet biologisch van hen ben.”

Dat gevoel heb ik dus ook. Ik merk dat ik steeds meer herkenningspunten heb met andere geadopteerden en dat zorgt voor een warm gevoel in mijn lichaam.

We schakelen over op een ander onderwerp dan familiebanden. Lian doet een economische studie in Rotterdam dat zich focust op Azië. Daarom vraag ik of ze veel bezig is met haar afkomst. “Nou, ik ben vooral geïnteresseerd in de Aziatische cultuur en niet zozeer in die van China. Dus ja, ik leer ook over China en ik zou er nog een jaar studeren – helaas ging dat vanwege corona niet door – maar ik vind andere culturen in Azië ook interessant.”

Toch heeft Lian wel iets overgehouden aan haar adoptievoorgeschiedenis. “Ik heb verlatingsangst”, zegt Lian openhartig. “Ik weet niet of dat komt omdat ik ooit afgestaan ben of door mijn adoptie. Verder was ik als kind vaak bang en daarvoor ben ik in therapie geweest. Hoewel ik dus tegen dingen aanloop, zie ik adoptie wel als iets positiefs. Ik ben heel erg dankbaar dat ik hier in Nederland ben opgegroeid en goede kansen heb gekregen.”

Een mislukt systeem

Ik vind dat ik van geluk moet spreken dat ik nu een hele fijne familie heb en goede kansen krijg in Nederland, maar wat zijn eigenlijk de gevolgen van de adoptiestop? Wat gebeurt er met de kinderen in derdewereldlanden die niet meer geadopteerd worden en heeft adoptie überhaupt nog een toekomst? Om deze vragen te beantwoorden, heb ik gesproken met Sandra van Loon, beleid specialist bij Fiom, een organisatie die gespecialiseerd is in Ongewenste Zwangerschap en Afstammingsvragen.
Ook Fiom staat achter de adoptiestop, vertelt Sandra. “We modderen alleen maar door met een systeem uit het verleden waarbij heel veel misgaat. De adoptiestop zorgt ervoor dat er een belangrijke discussie opgang komt, want er moet gekeken worden naar de misstanden bij adoptie, maar ook naar de goede verhalen. Het belang van adoptie moet bij het kind liggen, terwijl dat nu ook bij Nederlandse ouders en hun kinderwens lijkt te liggen.”

Toch kan ik het beeld van kindje in arme te huizen in het buitenland niet uit mijn hoofd krijgen. Wat gebeurt er met die kinderen?

“Ten eerste zijn er in Nederland niet meer zoveel interlandelijke adopties, dus of de Nederlandse stop zoveel invloed heeft, is moeilijk te zeggen. Ten tweede gaan de adopties nog wel door waarbij de ouders al aan het kind zijn gekoppeld. In de komende jaren zullen er nog wel kinderen uit het buitenland worden geadopteerd.”

Sandra van Loon betwijfelt dan ook of interlandelijke adoptie nog een toekomst heeft. “Hooguit als allerlaatste optie. Nederland zou moeten investeren door geld beschikbaar te stellen in de landen van herkomst zodat ze de kinderen zelf kunnen opvangen. Er bestaan namelijk gevallen waar kinderen geadopteerd worden uit pleeggezinnen waardoor ze uit hun vertrouwde omgeving worden gehaald terwijl dat eigenlijk niet nodig was. Dat soort misstanden moeten we tegen gaan. Adoptie is alleen een optie als het gaat om het belang van het kind.”

Eerste lach

De Nederlandse ouders mogen eindelijk hun dochter uit het te huis mee nemen, maar het meisje begint meteen te huilen wanneer ze haar in hun armen nemen. Ook onderweg, in de bus naar het hotel en op de hotelkamer zelf; het meisje wordt maar niet stil. ’S Nachts slaapt ze en houdt het even op, maar de volgende dag begint het weer van voren af aan. De ouders weten zich geen raad meer. Om te kunnen overleggen wat hun volgende stappen worden, trekken ze zich terug in de kleine badkamer.

Plotseling houdt het huilen op. De ouders zijn verbaasd en kijken stiekem om het hoekje van de badkamer. In het midden van de hotelkamer, vlak naast het bed, zit het meisje aandachtig te kijken naar haar broer die gekke dingen doet met knuffels. Met enthousiasme gooit hij een leeuwen knuffel de lucht in en het meisje begint voor het eerst te lachen.

Dat meisje, dat was ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *